Adressen  Adverteren  Agenda  Archief  Redactie  Home

ACHTERGRONDNIEUWS


26 december 2005:

Als ik die man met het bordje zie, is hij voor mij

Een van de meest opmerkelijke deelnemers in het Friese loopcircuit is momenteel Wybren Visser uit Harlingen. Niet zo zeer door zijn prestaties, veeleer door zijn leeftijd. Bijna wekelijks loopt Wybren Visser als 83-jarige een wedstrijd of trimloop. Aan stoppen denkt deze superveteraan voorlopig nog niet. Een geheim voor zijn prestaties op leeftijd heeft Visser niet echt. "Gewoon goed eten. Ik maak altijd mijn eigen eten klaar. Ik eet veel groente en veel fruit, vooral sinaasappels en bananen. Verder wandel ik elke dag anderhalf uur. Op woensdag loop ik meestal hard en op zaterdag een wedstrijdje."

De woning van Wybren –Wiep voor vrienden- Visser vertoont uiterlijke kenmerken van een sportman in hart en nieren. De mooiste trofeeën als bekers en eretakken zijn in de kamer uitgestald, de medailles en lintjes hangen op de slaapkamer. En de sportkleren liggen altijd klaar om aan te trekken.

Oorlog spelbreker
Als loper is Visser een laatbloeier. Ruim tien jaar geleden trok hij voor het eerst de loopschoenen aan. Daarvoor had hij meer dan dertig jaar vrijwel niets aan sport gedaan. Visser begon zijn sportcarrière als gymnast. Hij groeide in geboortestad Franeker op in een gezin van negen kinderen. Die zaten allemaal op gymnastiek. De Tweede Wereldoorlog onderbrak de sportieve ambities. Drie jaar zat Visser ondergedoken. Maar na de bevrijding pakte hij de sportieve draad weer op. Op een gewone fiets ging Visser aan wielerwedstrijden mee doen. Bijna alle wedstrijden won hij! De Ronde van Harlingen heeft Visser twee maal gewonnen "Mijn broers adviseerden mij toen met wielrennen te beginnen. Daarvoor moest er wel een racefiets komen. Ik was getrouwd en had weinig geld voor een fiets. Maar door hier en daar wat bij elkaar te scharrelen kwam er toch een knappe fiets."

Wielercarrière
Op 26-jarige leeftijd sloot Wybren Visser zich als wielrenner aan bij de Leeuwarder Wielervereniging De Friesche Leeuw. Daar moest hij het opnemen tegen gevestigde namen als Bep Andriessen en Jan Charisius. "Dat waren onsportieve mensen. Zij waren twee sprinters, ik was een tijdrijder. Ik reed de veertig kilometer binnen het uur. Dat was toen heel snel. Als ik voor hen binnen kwam hadden zij altijd zogenaamd pech gehad, een lekke band of de ketting eraf. Als ze per ongeluk eens van mij wonnen stond er bijvoorbeeld in de pers: Jan Charisius klopt Wybren Visser."

Op het materiaal was in die tijd nog wel wat aan te merken. Tijdens de Ronde van Groningen reed Visser voor het eerst op een nieuwe racefiets. Die had hij van familieleden gekregen. Met veel moraal reed hij in de rondte. Visser kwam met drie renners aan de leiding. Drie ronden voor het einde reed hij van het trio weg, want zijn mede vluchters waren sprinters. Het ongelooflijke gebeurde. "Ik zakte plotseling dwars door de fiets. Ik heb de fiets opgepakt en in een tuin gedonderd. Bij de Magneet-fabriek in Weesp hadden ze vergeten twee buizen na te lassen." Ironisch genoeg miste hij daardoor de racefiets die de winnaar als prijs kreeg.

Tijdens zijn wielercarrière heeft Visser éénmaal een aanbod gekregen als semi-prof te gaan fietsen. Na een goede prestatie in een grote wedstrijd in Heerenveen is hij gevraagd voor een Amsterdamse club te gaan rijden. Visser kon daar halve dagen werken en halve dagen fietsen. "Mijn vrouw wilde niet naar Amsterdam. Ze was bang dat ik in Harlingen mijn werk als havenarbeider kwijt zou zijn als het niet lukte. Dus dat werd niets."

Wedstrijd verkocht
In die tijd –de jaren 1950- werden ook al wedstrijden ‘verkocht’. Tijdens een Ronde van Pingjum had Visser een afspraak gemaakt met Sjoerd Tijsma uit Pingjum. Visser had gehoord dat Tijsma van aardappelhandelaars Sijbesma een racefiets zou krijgen als hij voor eigen publiek de Ronde van Pingjum zou winnen. Sociaal als hij was bood Visser zijn hulp bij Tijsma aan. De afspraak was dat hij Sjoerd Tijsma zou helpen te winnen en dat Visser de winnaarspremie van vijftig gulden zou krijgen. En zo liep het ook! Sjoerd sprong weg en in het peloton rekende men er helemaal op dat Visser, als gebruikelijk, er wel achteraan zou gaan. Voor de renners het wisten had Sjoerd Tijsma een ronde voorsprong gepakt. "Daarna ging ik ‘op de grote zaag’ over alles en iedereen heen en kwam bij Tijsma. Ze hebben ons niet weer terug gezien. Tijsma won en kreeg zijn racefiets; ik kreeg de vijftig gulden van hem."

Hardlopen
Aan het eind van de jaren 1950 is Visser met wielrennen gestopt. Ruim dertig jaar heeft hij daarna niet meer gesport. Wel was hij bestuurlijk actief in onder andere het lanenkaatsen, een voetbalvereniging en een speeltuinvereniging. Hoewel Visser zelf nooit gekaatst heeft was hij ook keurmeester op de PC.

Ongeveer tien jaar geleden pakte hij de draad weer op. Na het overlijden van zijn vrouw had hij iets nodig om zijn zinnen te verzetten. Op advies van zijn zoon en jongste dochter Fenny ging Visser hardlopen. "Ik ben gestart met lopen langs de zeedijk, eerst een paar kilometer hard lopend, dan weer wandelend. Zo heb ik het wat opgebouwd. Van mijn dochter Fenny kreeg ik nieuwe loopschoenen."

Na enige tijd sloot Visser zich aan bij SV Friesland in Sint Jacobiparochie. Deze door Jan en Josefien Kooistra in 1980 opgerichte vereniging voor de wegatletiek organiseert jaarlijks ruim dertig stratenlopen. Wybren Visser laat er bijna geen enkele voorbij gaan. Daarnaast loopt Visser veel buiten Friesland, al zoekt hij het tegenwoordig wel steeds dichter bij huis.

Zijn eerste wedstrijd over tien kilometer liep Visser in Rotterdam. Met zijn tijd van ruim 59 minuten bleef Visser net binnen het uur. "Mijn maten zeiden tegen me: Wybren, zorg dat je het binnen een uur loopt. En dat is gelukt. Later heb ik die tijd wel verbeterd, maar tegenwoordig loop ik er anderhalf uur over."

Aan de marathon heeft Visser zich nooit gewaagd, mede op aandringen van zijn dochter. "Daar beginnen we niet aan, houd je maar bij de tien kilometer, zei ze. Se het nog een vader en der is se wys met!" Tegenwoordig beperkt Visser de afstand tot ongeveer vijf kilometer.

Visser komt bijna altijd met een prijs thuis. Als oudste deelnemer ontvangt hij vaak een bos bloemen of een bekertje, één maal ontving hij honderd gulden. "Een bos bloemen vind ik wel mooi, een beker hoeven ze me niet te geven. Ik vind het voor mezelf een eer dat ik het volbrengen kan. Iedereen mag me voorbij gaan, ik loop ook altijd mijn eigen tempo. Tijd maakt voor mij niets uit. Als ze onderweg tegen me gaan praten, stop ik soms wel om een praatje te maken."

Wybren Visser (r) met Herman Geritz, nagenietend van de Midden Drenthe-loop met bloemen, beker en medaille voor de ‘oudste deelnemer’.

‘Eigen loopgroep’
In het begin van zijn loopcarrière ging Visser vaak met Dirk Zon (Harlingen) naar de wedstrijden of trimlopen. Later trok hij veel met Herman Geritz (Midlum) op. Er is een hechte loopgroep ontstaan die momenteel uit vijf personen bestaat. Jan lettinga (59) en Wim Bakker (45) zijn beiden afkomstig van Terschelling. Naast Wybren Visser (83) en Herman Geritz (46) behoort Teatse Tichelaar (Harlingen, 50) ook nog tot de groep. Om de beurt rijden de heren per auto naar een stratenloop. Als Visser aan de beurt is rijdt Geritz in de auto van Visser.

Vooral tussen Visser en Geritz is een speciale band ontstaan. Visser daarover: "Herman betekent in dit verband alles voor mij. Ik beschouw hem een beetje als mijn zoon." Geritz over hun band: "Qua leeftijd verschillen we erg veel, maar we hebben dezelfde passie, namelijk de loopsport en de gezelligheid eromheen. Maar hij doet ook veel voor onze loopgroep. Visser is bijvoorbeeld de hele stad doorgelopen, op zoek naar een sponsor voor kleding, benzinegeld en lunchpakketjes." En die vond Visser in Pearle-Harlingen.

Favoriete loopevenementen
Visser vindt de Zeven Heuvelenloop bij Nijmegen de mooiste loop. De heuvels maken die tocht over vijftien kilometer erg zwaar. Twee maal heeft Visser die tocht rond de twee uur volbracht. "Daarvoor hebben we hem wel in een vroeg startvak moeten smokkelen, anders had hij niet binnen de gestelde tijd een controlepunt gehaald," aldus Geritz. Visser beleefde de dag van zijn leven, want onder begeleiding van politiemotoren kwam hij over de finish, twintig minuten na de laatste loper.

Bij de Berenloop op Terschelling is de loopgroep altijd compleet aanwezig. Visser en Geritz zijn het vurig met elkaar eens. "Die tocht willen we nooit missen. Het is fantastisch daar door de natuur te lopen. Het evenement heeft ook een heel aparte, eigen sfeer. En voor de twee Terschellingers in onze groep is het natuurlijk een bijzondere wedstrijd. Wim Bakker loopt altijd om als eerste Terschellinger te finishen". Met toestemming van sv Friesland mag alleen Visser altijd een stuk afsnijden, want de marathon is veel te veel voor Visser. "Jan Kooistra ziet Visser ook een beetje als erelid van sv Friesland. Het rondje voor Visser wordt overigens wel steeds kleiner!", aldus Geritz.

Visser hoort niet meer tot de snelste lopers en dan wil er wel eens iets mis gaan. Tijdens een loop in De Hemrik kwam Visser als laatste langs een controlepunt, waar de boel al was opgeruimd. De nog aanwezige bochtencommissaris stuurde hem vervolgens de verkeerde richting uit. In plaats van twaalf kilometer liep Visser die dag vijftien kilometer. Met zijn lijf vol agressie kwam Visser over de finish. "Als ik die man met het bordje zie, is hij voor mij!" Geritz heeft hem ervan weten te weerhouden gekke dingen te doen. "We voelen ons erg verantwoordelijk voor hem".

Visser tijdens de Berenloop 2005

Doordat Visser bijna zijn gehele leven havenarbeider was en nog steeds sportief actief is, heeft hij een uitstekende conditie. Dat kwam hem vijf jaar geleden goed van pas. "Ik stond met mijn sporttas te wachten op mijn maten. Staan er ineens twee grote knapen voor me. ‘Geld! Geld!’ riepen ze. Ik pak mijn tas en geef ze een zwiep! Daar hadden ze niet van terug en weg waren ze."

Zolang Wybren Visser zich goed voelt en nog met goed fatsoen een redelijke tijd over de vijf kilometer kan lopen blijft hij doorgaan. Vooral doen!

 

 

Copyright: SportSupport / NWF-regiosport; 2005